Nederland heeft niet bijster veel te zeggen over zijn buitenlands beleid.

De kans is groot dat in Parijs en Berlijn wordt bepaald hoe het met Nederland verder gaat. En dus niet in Den Haag. Nederland heeft niet bijster veel te zeggen over zijn buitenlands beleid. Het buitenland is wel bepalend voor het Nederlandse beleid. Als er dus iets verandert aan wat Nederland met het buitenland wil, is er alle kans dat er niet in Nederland, maar juist in het buitenland iets is gebeurd.

Leiding naar zich toe trekken

De voor Nederland belangrijkste buitenlandse gebeurtenissen uit het jongste verleden zijn de terugtrekkende bewegingen van Groot-­Brittannië en de Verenigde Staten. Mede daarmee samenhangend: de neiging van Frankrijk en Duitsland om in Europa de leiding naar zich toe te trekken. Dat zijn voor Nederland bijna traumatiserende tendensen.

Het Nederlandse buitenlands beleid van de laatste zeventig jaar leunde immers op Amerikaanse veiligheid en Europese economische samenwerking. Hierbij aangetekend dat samen met de Britten werd gepoogd dat beleid nog een beetje liberaal te laten zijn. De Britten waren ook bondgenoot bij het tegengaan van Frans-­Duitse dictaten.

De panelen zijn aan het schuiven

Maar de Amerikanen zijn hun belangstelling voor Europa kwijt en de Britten willen weer op eigen benen staan. Nederland is daarmee zijn ankers kwijt. Het staat verweesd naar het Westen te kijken, terwijl op het continent, achter de Nederlandse rug, de panelen aan het schuiven zijn.

Anders dan vaak gedacht, is Donald Trump bepaald niet de eerste Amerikaanse president die wegkijkt van Europa, al is hij wel de eerste die de NAVO ‘uit de tijd’ noemt. Helemaal ongelijk heeft Trump daar trouwens niet in, want de NAVO werd opgericht tegen het naoorlogse Sovjet-gevaar. En nadat de Koude Oorlog na 1989 ten grave werd gedragen, was er terecht reden om vraagtekens te plaatsen bij het bestaansrecht van de NAVO.