Het klinkt zo mooi: een flexibele AOW-leeftijd. Geen overheid die bepaalt op welke dag u van uw staatspensioen kunt genieten, maar zelf bepalen of u langer door wilt werken, of juist eerder wilt stoppen. Maar naarmate het aantal voorstanders van zo’n flexibele AOW groeit, groeit ook het aantal rapporten met forse kanttekeningen.

De AOW is een omslagstelsel: de werkenden van nu, betalen voor de ouderen van nu. Maar door vergrijzing moeten steeds minder werkenden betalen voor steeds meer ouderen. Om kosten te drukken, zijn er twee opties: de uitkering verlagen of de AOW later laten ingaan. Omdat koopkracht heilig is, is gekozen om de AOW later te laten ingaan.

Flexibele AOW brengt problemen met zich mee

Elke generatie krijgt iets meer dan 13 jaar AOW. Dan nog blijft de AOW drukken op de portemonnee van werkenden. Nu zijn er 33 werkenden die betalen voor 10 AOW’ers. Als de AOW-leeftijd volgens het huidige beleid stijgt tot 69 jaar en 6 maanden in 2040, zijn dat nog maar 26 werkenden. Doorwerken tot 69 jaar en 6 maanden klinkt wel lang, zeker bij zware beroepen. Als oplossing klinkt het flexibel maken van de AOW-leeftijd (voor elk jaar dat u eerder AOW ontvangt, wordt u grofweg 6,5 procent gekort op de uitkering) of een uitzondering voor zware beroepen.