Kort versus langdurig ziekteverzuim

Een werknemer dient zich ziek te melden wanneer hij door ziekte niet instaat is om te werken. Stel dat bijvoorbeeld een verpleger zich ziek meldt met eenvoudige klachten (buikpijn of een griepje) dan hoeven niet altijd meteen de alarmbellen te gaan rinkelen. De kans is namelijk groot dat deze verpleger al na enkele dagen weer aan het werk gaat. Is de verpleger daarentegen wel heel vaak ziek (vier keer of meer per jaar) of wordt vermoed dat de ziekmelding een andere reden heeft dan die werknemer aangeeft, dan wordt aangeraden om niet alleen de ziekte zoals overeengekomen met de arbo-arts bij de arbo-arts te melden, maar de arbo-arts ook meteen te vragen om aan de slag te gaan. Dit laatste geldt ook wanneer sprake is van langdurig ziekteverzuim.

Hoe werkt de beloning van de zieke werknemer?

De wetgeving
In de wet staat dat een zieke werknemer voor een periode van minimaal 104 weken – uiteraard mits zijn ziekte en zijn dienstverband gedurende die periode voortduren – recht heeft op zeventig procent van zijn laatstverdiende bruto maandloon. De loondoorbetaling van zeventig procent geldt niet alleen voor het vaste salaris, maar bijvoorbeeld ook voor de vakantietoeslag. Tijdens de eerste 52 weken van ziekte geldt dat de zieke werknemer tenminste recht heeft op het minimumloon (als de werknemer parttime werkt op een evenredig deel daarvan). Als zeventig procent van het loon van de werknemer dus minder is dan het voor hem geldende minimumloon, dan zal de werkgever het eerste jaar het minimumloon aan de zieke werknemer moeten betalen. Vanaf het tweede ziektejaar geldt dit niet meer; vanaf dan mag de werkgever zeventig procent van het laatstverdiende loon uitbetalen ook al zou dat minder zijn dan het minimumloon.