Vijf jaar geleden berichtte de ­Financial Times vanuit Londen dat Amsterdamse woningmakelaars steeds meer internationale klandizie aan de deur kregen. De betere huizen in Amsterdam werden namelijk, gerekend naar internationale maatstaven, als een koopje beschouwd. Bovendien waren de Nederlandse huizenprijzen in de crisisjaren onevenredig gezakt, wederom naar internationale maatstaven.

Na dat krantenartikel begon de victorie voor de Amsterdamse huizenbezitter en het leed voor wie nu helemaal geen huis in de hoofdstad meer kan betalen. Huizenprijzen schoten omhoog tot boven het niveau van voor de crisis. Als de golven na een plonzende steen in een vijver verspreidden de stijgende huizenprijzen zich vanuit Amsterdam over de rest van Nederland.

Eerst naar de omgeving van Amsterdam, Utrecht en Haarlem, toen verder in de Randstad, naar universiteitssteden als Groningen en Eindhoven, en zo nog meer het land in. Hoe verder van Amsterdam, hoe minder het land door de prijsstijgingen wordt geraakt. Amsterdam heeft een heel andere huizenmarkt dan de rest van Nederland, maar is wel de nationale huizenmotor.