Hard werken loont niet in Nederland. Het hele systeem van uitkeringen, toeslagen, fiscale voordelen en progressief oplopende belastingen lijkt erop gericht om het zo onaantrekkelijk mogelijk te maken de handen uit de mouwen te steken.

Veel bedrijven hebben, nu Nederland economisch weer lekker draait, de grootst mogelijke moeite om personeel te vinden. Niet alleen mensen in technische beroepen, ICT of de bouw zijn niet aan te slepen, ook in de zorg – door de vergrijzing een groeisector – ontstaat de komende jaren een enorm tekort. Waar haal je die mensen vandaan, als je de ontstane gaten liever niet met nog meer immigranten wil opvullen?

Het antwoord op die vraag lijkt simpel, maar is dat niet. Dat heeft alles te maken met de volstrekt contraproductieve manier waarop in Nederland mensen– werkend en niet werkend– worden beloond en belast.

Problemen beginnen met bijstandsgerechtigden

Op papier heeft het land een enorm reservoir aan thuiszitters, van wie een groot deel best weer aan de slag zou kunnen: ruim 400.000 Nederlanders zitten in de bijstand, nog altijd meer dan 300.000 hebben een werkloosheidsuitkering, 800.000 zijn geheel of gedeeltelijk arbeidsongeschikt. En nog eens vier miljoen Nederlanders werken in deeltijd. In geen enkel ander Europees land lopen zo veel parttimers rond. Je zou zeggen: genoeg handjes om al het braak liggende werk in de Hollandse polders fluitend aan te pakken.