Dat eenverdieners in het belastingstelsel slechter af zijn dan tweeverdieners, is al jaren bekend.

Strikt genomen is het geen nieuws. Dat eenverdieners in het belastingstelsel slechter af zijn dan tweeverdieners, is al jaren bekend. De Tweede Kamer weet het ook. Het nieuwe kabinet neemt enkele maatregelen om hun koopkracht te verbeteren, maar fundamenteel verandert er weinig.

Hoogleraar Jos Teunissen van de Open Universiteit berekende eind vorig jaar tot welke verschillen die andere behandeling in 2018 kan leiden. Neem twee gezinnen met hetzelfde huishoudinkomen van 40.000 euro bruto per jaar. In het ene geval wordt dat bedrag door één kostwinner verdiend, in het andere door de partners samen. De kostwinner betaalt 10.381 euro belasting, de twee partners betalen 1.864. De kostwinner betaalt in dit voorbeeld dus 5,5 keer zoveel.

Inkomens tweeverdieners individueel belast

De basis voor de verschillen is dat de fiscus inkomens van tweeverdieners individueel belast. Zij hebben ook apart recht op fiscale voordelen. Daardoor betalen zij samen bij hetzelfde huishoud­inkomen minder belasting dan een eenverdiener. Dat is niet de enige reden voor de verschillen. Opeenvolgende kabinetten hebben er met fiscale prikkels voor willen zorgen dat vrouwen (meer) gaan werken. In 2009 is daarom een begin gemaakt met het beperken van het fiscaal voordeel voor niet-werkende partners (de ‘aanrechtsubsidie’). Wie jonge kinderen had en werkte, kreeg extra geld. Samen met de eerdergenoemde stok, moest deze wortel ervoor zorgen dat de arbeidsparticipatie en daarmee de economische zelfstandigheid van vrouwen toenamen.

Het Centraal Planbureau (CPB) stelt in een nieuwe studie dat dit is gelukt. Het aandeel tweeverdieners met jonge kinderen steeg van 69 procent in 2005 naar 76 in 2015. Dat draagt ertoe bij dat meer vrouwen financieel op eigen benen kunnen staan. Dat is belangrijk, ook omdat jaarlijks ruim 30.000 huwelijken in een scheiding eindigen. Al kun je je afvragen of het succes volledig toe te schrijven is aan het fiscaal ontmoedigen van het klassieke kostwinnerschap. Voorbeeld: wie een hypotheek nodig heeft, kan met twee inkomens meer lenen dan met één.