Vaststellen wat een ‘redelijk’ salaris is, valt niet mee. De meeste werknemers vinden dat ze meer waard zijn dan collega’s, de baas denkt er vaak anders over. En dan is er het ‘Blaricum-syndroom’.

Belonen: het is en blijft een gevoelig thema. Aan de top, zoals bleek uit de voorgenomen en na groot tumult ingetrokken salarisverhoging van ING-topman Ralph Hamers. Maar daar niet alleen: ook de salarisverschillen tussen mannen en vrouwen leiden deze weken weer eens tot commotie.
Beide kwesties stemmen tot nadenken. Want hoe bepaal je eigenlijk wat een baan, wat arbeid waard is? Welke factoren doen ertoe, strookt het beloningsbeleid nog met de werkelijkheid op de werkvloer? Alles draait in elk geval om de veronderstelde toegevoegde waarde van de werknemer voor een bedrijf of organisatie.

Kleine vooruitgang in 2018
Werknemers zelf zijn doorgaans overtuigd van de eigen waarde voor hun werkgever. Niet voor niets verbazen veel werknemers zich nu dus over hun loonstrookje: ze verdienen nauwelijks méér, terwijl de economische crisis al lang voorbij is.

Volgens werkgeversvereniging AWVN gaan ze er in 2018 wel op vooruit, maar voor de meesten zal dat hooguit zo’n 2 procent zijn. Opmerkelijk, gezien het snel groeiende aantal banen, het aantal onvervulde vacatures en werkgevers die kampen met personeelstekorten. Hoe is dat te rijmen?