De rente is de laatste jaren een veelbesproken onderwerp, want ‘wat is ‘ie laag’. Bedrijven en particulieren waren decennialang gewend aan rentepercentages van 3-4 tot wel 5%. Dat werd als ‘normaal’ beschouwd.

De rente is de laatste jaren een veelbesproken onderwerp, want ‘wat is ‘ie laag’. Bedrijven en particulieren waren decennialang gewend aan rentepercentages van 3-4 tot wel 5%. Dat werd als normaal beschouwd. Maar wat in de ene tijd normaal is, wordt in een andere periode als ‘hoog’ of ‘laag’ beoordeeld. Het is dus altijd een kwestie van perceptie. Een jaar of tien geleden was een spaarrekening wel vanzelfsprekender vanwege de hogere spaarrente die werd aangeboden. De andere kant va de medaille is dat toen ook de hypotheekrentes een stuk hoger waren. U was dus ook flink wat meer aan maandelijkse hypotheeklasten kwijt dan veel Nederlanders nu moeten betalen. Bovendien was de inflatie ook hoger, waardoor de koopkracht uitgehold werd.

Geld ‘wegbrengen’

Hoe dan ook, we wisten met zijn allen zo’n beetje waar we aan toe waren. En dat was zeker voor pensioenfondsen, die ervan uitingen dat ze op basis van wat toen als ‘normale’ rentes werd beschouwd de verplichtingen aan de pensioengerechtigden tot in lengte van jaren konden nakomen. Nu krijgen we op onze spaarrekening en deposito’s ‘zoveel’ rente dat het eigenlijk – inflatie en vermogensrendementsheffing in aanmerking genomen – meer geld ‘wegbrengen’ is dan vermogen opbouwen. Voor pensioenfondsen is de lage rentestand nu al rampzalig.

Velthuyse & Mulder