Joris van Dijk (34) is de vijfde generatie in Dijkstaal, een staalconstructiebedrijf in Maassluis.

Joris van Dijk is dan wel directeur van staalconstructiebedrijf Dijkstaal in Maassluis, hij voelt zich zichtbaar ongemakkelijk bij die titel. Zijn houding is: iemand moet de beslissingen nemen, maar eigenlijk zijn we allemaal evenveel waard in dit ­bedrijf. Zijn broodtrommeltje staat op tafel: meestal maakt hij tussen de middag met collega’s een ommetje. ‘Ze denken dat een directeur altijd luxe broodjes eet.’
Hij is de vijfde generatie Jorissen en Jannen van Dijk, en hij heeft met die vernoemings­gewoonte gebroken: zijn oudste zoon – hij heeft drie kinderen – heet Raf.

Bruggen bouwen in Afrika

Dijkstaal is een staalconstructiebedrijf voor de bouw met dertig medewerkers. Joris van Dijk knijpt zijn vingers bij elkaar: ‘Zó klein.’ Maar wel ondernemend. Dijkstaal doet unieke projecten zoals waarschijnlijk weinig andere Nederlandse staalbedrijven die doen: het bedrijf bouwt bruggen in Afrika. Dat kwam zo.
In de jaren negentig bedacht zijn vader, Jan van Dijk, dat de aanschaf van een geautomatiseerde zogeheten zaagboorstraat een goed idee zou zijn. Daarmee wordt staal snel en efficiënt bewerkt. ‘Wij kopen staalprofielen die worden geproduceerd in grote walserijen in Duitsland en Luxemburg; in Nederland heb je die niet. Dat gaat dan vooral om de H-tjes, de I-tjes en de U-tjes,’ zo genoemd naar de vorm van de doorsnede van het stuk staal.

Dijkstaal begon aan een immens project

‘Een zaagboorstraat was in die tijd een grote uitgave,’ zegt Van Dijk. ‘Mijn vader kon die machine toen uit een faillissement in Duitsland kopen. In de cabine van waaruit die machine wordt bediend, lagen tekeningen van stalen bruggen. Mijn vader dacht: “Hé, ik heb nu die machine, dus kan ik ook bruggen maken.” Dat hadden we niet eerder gedaan. We deden alles in de bouw. Toen is hij op zoek gegaan naar een project waarbij een brug moest worden gebouwd. Dat leek hem mooie business. Een brug spreekt tot de verbeelding.’